← Terug
Paul de Leeuw over zijn moeder

Aanstaande zondag is het weer Moederdag.

 

In de voorstelling Moeders en Zonen speelt Paul de Leeuw de rol van Cal. De relatie met zijn ex-schoonmoeder staat op scherp als zij plotseling bij hem op de stoep staat. Wij interviewden Paul de Leeuw en zijn moeder over hun familie. 
 
Paul de Leeuw (54) is het middelste kind van Henk de Leeuw (84) en Tonia Pelleboer (84). Hij heeft een oudere broer en een jongere zus. Het gezin woonde achtereenvolgens in Rijsoord en in Lekkerkerk. In 1996 gingen meneer De Leeuw en mevrouw Pelleboer uit elkaar, na 42 jaar huwelijk. Paul is getrouwd met Stephan Nugter. Ze zijn 21 jaar samen, hebben twee zonen van dertien en veertien en wonen in Blaricum.
 
Wat voor kind was Paul?
moeder: ‘Met zijn geboorte al?!’
 
Ik weet niet, was het meteen al zo vermeldenswaardig?
moeder: ‘Nou, de bevalling ging heel makkelijk en zo is het gebleven. Paul was nooit een probleemkind, niet met slapen, niet met eten.’
zoon: ‘Hahahahaha.’
moeder: ‘Nee, echt. Toen hij negen maanden was stond hij al op dieet. Lichamelijk was hij lui. Hij liep ook heel laat. Op een goed moment heb ik een stevig ketelpakje voor hem gemaakt. Ik trok hem dat aan en zei: “Hup, en nou naar buiten, leren lopen.” Deed ie niet. Ging ie kruipen. Zijn oudere broer zei: “Wat heb ik aan zo’n broertje? Hij zit alleen maar in de box.” Hij vond het heerlijk, lekker liggen, eten.’
 
Ben jij zo’n typische middelste die zich snel tekort gedaan voelt?
moeder: ‘Nee, Paul stond altijd erg op zichzelf.’
zoon: ‘Ik was een einzelgänger. Dat kwam ook omdat ik andere interesses had dan mijn broer en zus. Zij waren sportief, ik was bezig met muziek maken, radio luisteren, toneel. De filmladder kende ik uit mijn hoofd. Ging ik in mijn eentje naar de bioscoop op zaterdagochtend.’
moeder: ‘Of met je nichtje. Gingen je tante en ik ondertussen boodschappen doen.’
zoon: ‘Kuifje en het Haaienmeer heb ik daardoor nooit afgezien. We werden halverwege uit de zaal geplukt want de boodschappen waren klaar.’
Paul, lijk jij op je moeder?
zoon: ‘Ik lijk op allebei.’
moeder: ‘Het uitsloverige in het huishouden heb je van mij.’
zoon: ‘Papa kan anders ook goed verzorgen.’
moeder: ‘Nu wel, maar vroeger was dat er niet bij.’
zoon: ‘Ja, omdat jij er was.’
moeder: ‘Nou, dat bedoel ik.’
zoon: ‘Maar goed, het verzorgende, het amuserende en het gastvrije heb ik vooral van mijn moeder.’
moeder: ‘Ja, en na een etentje zeggen we: Ik doe het nooit meer.’
zoon: ‘Nee, dat zeg ik nooit. Ik vraag me wel van tevoren af waar ik aan ben begonnen.’
moeder: ‘Heb ik ook, ja. Ik ben gek van eten koken, mooi de tafel dekken, gezellig, mensen ontvangen, een borreltje en dergelijke. Alleen het opruimen na afloop vind ik vreselijk.’
zoon: ‘Ik ook, maar ik ruim alles op voor ik naar bed ga.’

 

Was je een moederskind?
zoon: ‘Ja.’
moeder: ‘Ja, Paul was echt een moederskind.’
zoon: ‘Laat mij antwoorden.’
moeder: ‘Pardon.’
zoon: ‘Ik zat altijd graag bij haar. Weet je nog dat je op maandagmiddag je vriendinnenclub op bezoek had? Eerst naar de sauna en om half vier al aan de zware, rode wijn die papa uit Bulgarije importeerde. Om half zeven kwam mijn vader dan aan over de dijk en moest alles weg.’
moeder: ‘Jij was echt graag thuis. We moesten jou de deur uitzetten om laat thuis te komen.’
zoon: ‘Op een gegeven moment heeft ze me naar carnaval gestuurd. Met de boodschap: voor elf uur kom je er niet in.’
moeder: ‘Voor twaalf uur was het.’
zoon: ‘Dat was een zware avond.’
moeder: ‘Je was geen vriendenkind.’
zoon: ‘Ik had ze lange tijd gewoon niet.’
moeder: ‘Je deed ook je best er niet voor.’
zoon: ‘Hahaha. Ik ging met Hans de Klerk om.’
moeder: ‘Ja, maar lieve schat, op een gegeven moment zei ik in de winter een keer: “Ga nou ook eens het ijs op. Kwam je terug, zei je: “Zo lekker geschaatst!” Hoorde ik later dat je de hele middag bij tante Levine had gezeten, chocolademelk drinken.’
zoon: ‘Ik zat toch op dansles. En ik had verkering met Jannie Brouwer.’
moeder: ‘Ja, maar dan praat je over Lekkerkerk. Daar begon je een beetje te ontluiken.’
Maar je was verder geen ongelukkig kind?
zoon: ‘Nee, helemaal niet, ik was ongelukkig als ik de The Sound of Music niet mocht kijken of niet met mijn marionettenpoppen kon spelen. Ik had een eigen fantasiewereld en daarin had ik het prima naar mijn zin.’
 
Is jullie relatie veranderd toen jij kinderen kreeg, Paul?
zoon: ‘Stephan en ik hadden het nooit verwacht dat het zou lukken, dus het was voor iedereen een beetje raar. We vertelden het ook pas laat aan mijn ouders; veel te bang dat het zou uitlekken of niet door zou gaan.’
moeder: ‘Nou, ik wist wel dat jullie je hadden opgegeven voor adoptie.’
zoon: ‘Maar we hebben pas verteld hoe ver we waren toen het eerste kind al bijna kwam. Onze jongste is geboren met 26 weken. Ik dacht dat mijn moeder beren op de weg zou zien, maar ze kwam meteen met een riedel mensen die ook prematuur geboren waren en met wie het heel goed ging.’
moeder: ‘Ik had er alle vertrouwen in. En terecht. Het is helemaal goed gekomen. Het zijn zulke lieve jongens. Ik heb ze vaak te logeren gehad. Hartstikke fijn.’
zoon: ‘Ik voelde me vroeger altijd heel verantwoordelijk voor onze familie. Mijn ouders, mijn broer, mijn zus; ik was erop gebrand dat het met iedereen goed ging. Sinds ik een eigen gezin heb, merk ik dat dat voorop staat.’
moeder: ‘Dat wil niet zeggen dat je je geen kind meer voelt. Toen ik het huis uitging, op mijn achttiende, stond mijn moeder te huilen bij de tram. Ik snapte haar pas jaren later.’
 
Moest u huilen toen Paul het huis uitging?
moeder: ‘Nou, die vloog niet zo gauw weg. Hoewel, jij bent ook wel op kamers gegaan.’
zoon: ‘Ja, tuurlijk. Belde jij binnen de kortste keren op: “Leef je nog?” Om half zeven ’s morgens.’ moeder: ‘Ja, dan was je tenminste thuis.’